VPC-brief inzake Advies Energielandschappen aan GS van de Provincie Utrecht 2014-07-31

Uit Vecht.nl
Ga naar: navigatie, zoeken

Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht T.a.v. de heer B. Krol, gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling en Landelijk Gebied

Archimedeslaan 6 - 3584 BA Utrecht


Betreft: advies Energielandschappen

Datum: 31 juli 2014

Geachte heer Krol,

Op uitnodiging van de adviseur Ruimtelijke kwaliteit van de provincie Utrecht, mevrouw Ingeborg Thoral, heeft onze stichting in december 2013 haar visie op enkele technieken voor energieopwekking en met name de landschappelijke gevolgen daarvan op schrift gesteld. Zie de bijlage. Vervolgens hebben wij via de media kennis genomen van het advies op dit onderwerp van mevrouw Thoral aan de provincie.

Het spreekt vanzelf dat de Vechtplassencommissie oog heeft voor het optimaal benutten van duurzame technieken voor het opwekken van energie, zo moge blijken uit ons advies aan mevrouw Thoral. Met alle respect voor de pogingen om innovatieve perspectieven een kans te geven voelen wij ons toch genoodzaakt onze zorgen ten aanzien van enkele adviezen aan u voor te leggen.

In ons advies aan mevrouw Thoral hebben wij geadviseerd om bij de plaatsing van nieuwe windturbines zoveel mogelijk te clusteren en vooral aan te sluiten bij reeds bestaande hoogtestructuren teneinde zo min mogelijk schade te veroorzaken aan de landschappelijke kwaliteiten van de “oude” landschappen van de Vechtstreek. Met hoogtestructuren bedoelt de VPC bestaande hoge structuren zoals hoge industriële gebouwen, torens, etc. Wij bedoelen daarmee dus niet de naar ons recent bleek door mevrouw Thoral gehanteerde definitie van verhoogde bodemstructuren zoals dijken, spoorwegtracé’s en andere infrastructurele hoogtestructuren.

De in het advies aan de provincie Utrecht voorgestelde locatie langs het Amsterdam Rijnkanaal voldoet niet aan deze voorwaarde. Wij zijn een tegenstander van een lange rechte lijn omdat deze niet correspondeert met de nabij gelegen meanderende Vecht en het omringende kleinschalige, 'lage' landschap. Overigens is een lijnopstelling ook in tegenspraak met het uitgangspunt van “herkenbare groepen, op enige afstand van elkaar” en het door mevrouw Thoral nagestreefde zones en gebieden die vrij zijn van windturbines. De hoogte van de windturbines maken dat zij, zeker als zij in een lijnopstelling staan, bijna in de gehele provincie zichtbaar zullen zijn; een visuele winturbinevrije zone is met de beoogde lijnopstelling illusoir.

Al discussiërend binnen de VPC komen wij tot de conclusie dat, als tóch tot plaatsing van windturbines zou moeten worden overgegaan, daarvoor in principe alleen verstedelijkte zones in aanmerking komen. Wij wijzen nogmaals op de primaire keuze van clusters op industriegebieden. Wij willen het open karakter van het gebied dat is gelegen tussen grofweg Breukelen en de lijn Abcoude / Driemond / Weesp vrijwaren van de daar wel erg visueel verstorende windturbines. Dat gebied leent zich voor een in het advies voorgestelde zgn. windturbinevrije zone. Het gebied maakt onderdeel uit van Het Groene Hart, de natuur-, cultuur- en recreatielong van de Randstad. Wij bestempelen dat noordelijke deel van de Vecht grotendeels als de “boeren Vecht”, een gebied met een voornamelijk agrarisch landschap met grote (niet per se hoge!) structuren en idem doorzichten.

Ook wij bestrijden, evenals andere organisaties en bewoners, de kwalificatie van de infrabundel tussen Utrecht en Amsterdam bestaande uit A2, spoor en waterweg als een “rommelzone”. Deze kwalificatie geldt wel het minst voor de kanaal- (en Vecht-)zone in het gebied tussen Nigtevecht en Breukelen waar de adviseur Ruimtelijk kwaliteit “stevig met een serie hoge windmolens zou willen uitpakken”.

Nogmaals: voor windturbines zijn er betere locaties te bedenken, zelfs in de provincie Utrecht. Wat dat betreft kan het aansluiten bij 'hogere' verkeersknooppunten (zoals Oudenrijn) en industriegebieden mogelijkheden bieden. Hier is niet alleen sprake van een fysieke nabijheid van afnemers, maar ook van een meer directe psycho-sociale relatie: automobiliteit en industrie zijn beide mogelijk dankzij energiewinning.

Het voorbeeld om van legakkers van de Vinkeveense Plassen zonneakkers te maken kan onze goedkeuring niet wegdragen. Los van de relatief hoge kosten van zo’n plan zou het onaanvaardbare schade toebrengen aan het cultuurlandschap en het gebied onaantrekkelijk maken voor de natuurrecreant en de vaarrecreant. Wij steunen het advies waar het opties aandraagt als het gebruik van daken voor zonnepanelen en landschappelijk (omgeven door grienden) ingepaste zonneakkers.

De adviezen over kleinschalige biomassa-installaties kunnen onze goedkeuring wegdragen. Wij zijn het helemaal eens met het beperken van grootschalige industriële vergisters op bedrijventerreinen en afvalverwerkingsplaatsen lijkt ons een juiste keuze.

De VPC adviseert nadrukkelijk om het advies daar waar het de windenergie betreft te heroverwegen.


Namens het bestuur van de Commissie voor de Vecht en het Oostelijk en Westelijk Plassengebied,

met vriendelijke groet,

M.C. Smit, voorzitter

Afschrift aan mevrouw I. Thoral