Vliegveld-Loenen

Uit Vecht

Ga naar: navigatie, zoeken

Terug naar Vliegvelden


2010-10-25:

Definitieve Luchthavenregeling MLA-terrein Loenen - te vinden als pdf op de site van de Provincie Utrecht of Media:Luchthavenregeling-MLA-terrein-Loenen-2010-10-25.pdf

Deel tekst:

Naar aanleiding van de ontwerp-luchthavenregeling zijn, binnen de door de wet gestelde termijn, de volgende zienswijzen ingekomen:

a. Op 10 augustus 2010 hebben wij een zienswijze ontvangen van dhr. Cladder, namens de Stichting Vechtplassencommissie, Clarenburg 9, 3621 GA te Breukelen;

b. Binnen de termijn hebben wij mondeling per telefoon een zienswijze ontvangen van dhr. Didden, Oudover 7, 3632 VA te Loenen aan de Vecht;

c. Op 24 augustus 2010 hebben wij een zienswijze ontvangen van LTO Noord, Zwartewaterallee 14, 8031 DX te Zwolle; d. Op 23 augustus 2010 hebben wij een zienswijze ontvangen van enkele omwonenden, onder aanvoering van dhr N. Bos, Kerklaan 13, 3632 AK Loenen aan de Vecht;

e. Op 23 augustus 2010 ontvingen wij per e-mail een zienswijze van Stichting Helihinder. Zienswijzen kunnen niet per e-mail naar voren worden gebracht. Wij hebben de mail alsnog ingeboekt onder kenmerk 80866156. Dezelfde zienswijzen gelden voor de drie ontwerpluchthavenregelingen die ter inzage hebben gelegen. Voor zover een zienswijze alleen betrekking heeft op een specifiek terrein, is deze alleen bij de bijbehorende luchthavenregeling besproken.

Ad a. Samenvatting zienswijze De Vechtplassencommissie (reclamant) vraagt of de in de voorliggende vergunning genoemde aantallen van vliegbewegingen ook voor in de lopende tijdelijke vergunning voorkomen en of deze aantallen conform het daadwerkelijk gebruik zijn. Reclamant vraagt tevens of er ook logboeken zijn over de afgelopen periodes. Reclamant vraagt verder of de aanvrager, dan wel de provincie, nader onderzoek heeft verricht naar andere wet- en regelgeving die op het betreffende gebied van toepassing is.

Reactie: Het aantal van maximaal 100 vliegbewegingen komen ook voor in de huidige ontheffing van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Deze aantallen zijn volgens de exploitant conform het daadwerkelijk gebruik in de afgelopen periode. De ontheffing van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat schrijft voor dat het aantal vliegbewegingen ieder kwartaal aan het Ministerie moeten worden gemeld. Wij gaan ervan uit dat bij het Ministerie hiervan dus een overzicht aanwezig is. Op grond van de Regeling Veilig gebruik luchthavens en andere terreinen dient de exploitant in ieder geval ook een register bij te houden en in de Luchthavenregeling is voorgeschreven dat aan Gedeputeerde Staten een kwartaaloverzicht dient te worden ingediend. Gedeputeerde Staten dienen op grond van de Wet luchtvaart vervolgens jaarlijks aan het Ministerie een overzicht van het gebruik per terrein door te geven. Wij hebben verder getoetst aan alle relevante wet- en regelgeving, zoals beschreven in de Provinciale Luchtvaartnota. Hierbij is onder andere gekeken naar de locatie waar wordt opgestegen en geland. De exploitant is op de hoogte gesteld van het feit dat er ook andere regelgeving van toepassing kan zijn, zoals het toestemmingsstelsel uit de Flora- en Faunawet. Degene die een verstorende activiteit verricht dient, als voldaan wordt aan de voorwaarden die hiervoor gelden, een ontheffing aan te vragen bij het Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV). Deze specifieke afweging dient derhalve niet plaats te vinden in de voorgestelde luchthavenregeling.

Ad b. Samenvatting zienswijzen Reclamant maakt zich zorgen over de beheersbaarheid van het gebruik van het terrein, nu het in handen van de provincie is gekomen. Daarnaast vraagt hij zich af waarom de luchthavenregeling voor onbepaalde tijd wordt vastgesteld. Hij zou graag zien dat er niet wordt gevlogen over de dorpen en dorpskernen wordt gevlogen. Over het Amsterdam-Rijnkanaal zou het wel kunnen, maar niet over de natuurgebieden.

Reactie: De luchthavenregeling wordt bij provinciale verordening door Provinciale Staten vastgesteld. Het is altijd mogelijk om, mits daartoe voldoende redenen aanwezig zijn, de regeling in te trekken. Voor zover er al sprake zou zijn van een eventuele verstoring van flora en fauna, geldt een apart toestemmingsstelsel op grond van de Flora en Faunawet. Degene die de verstorende activiteit verricht dient, als voldaan wordt aan de voorwaarden die hiervoor gelden, een ontheffing aan te vragen bij het Ministerie van LNV. Deze specifieke afweging dient derhalve niet plaats te vinden in de voorgestelde luchthavenregeling. De provincie is voorts niet bevoegd regels te stellen ten aanzien van het vliegen zelf. De piloot zal zich onder andere moeten houden aan de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.

Ad c. Samenvatting zienswijzen De heer Th.J.A. Stam (reclamant) heeft namens LTO Noord zienswijzen ingediend. Hij geeft aan dat de polder Garsten waarin de luchthaven is gelegen, is aangewezen als weidevogelgebied. Door dit gebied loopt het Vredelantsepad welk in het voorjaar een sluitingsperiode heeft, namelijk van 15 maart tot 15 juni. Reclament is van mening dat in deze periode ook geen gebruik zou mogen worden gemaakt van de luchthaven. Daarnaast is reclamant van mening dat de beschikking persoonsgebonden gemaakt moet worden, zodat deze niet kan worden doorverkocht.

Reactie: Er is sprake van de voortzetting van een bestaande situatie. Daarnaast geldt dat er geen sprake is van een nieuw initiatief, welke niet is toegestaan in die (natuur)gebieden waarin het volgens de Natuurkaart uit de Provinciale Luchtvaartnota verboden is om met gemotoriseerde luchtvaartuigen op te stijgen of te landen. Voor zover er al sprake zou zijn van een eventuele verstoring van flora en fauna, geldt een apart toestemmingsstelsel op grond van de Flora en Faunawet. Zie hiervoor hetgeen onder onze reactie Ad a. en b. is aangegeven. In overleg met de exploitant hebben wij overigens het begrip ‘rechtsopvolger’ uit de artikelen 3.2.1.1.2. en 3.2.1.3.3. gehaald. De luchthavenregeling is daarmee persoonsgebonden en kan dan ook verder niet worden overgedragen. Gelet op het bovenstaande leiden deze zienswijzen tot enkele (tekstuele) wijzigingen en wijzigingen ter verduidelijking van de bepalingen uit de luchthavenregeling ten opzichte van het ontwerp ervan.

Ad d. Samenvatting zienswijze De heer N.P.A. Bos (reclamant) heeft ook namens diverse buurtbewoners zienswijzen ingediend. Reclamant stelt allereerst voor een voorschrift in de regeling op te nemen, dat als er na drie jaar geen vlieguren zijn gemaakt de vergunning wordt ingetrokken. Op dit moment is de duur van de vergunning onbeperkt. Reclamant is tevens bang dat ook nieuwe beschikkingen worden verstrekt, waarvoor nog niet eerder een regeling door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat was afgegeven. Het moet geen precedent scheppen voor nieuwe aanvragers. Reclamant geeft voorts aan dat zij met de exploitant hebben afgesproken dat het aantal vluchten gereduceerd kan worden tot 10 vluchten per jaar. Zoals de regeling er nu uitziet zou de exploitant 10 uur per dag, drie dagen per maand, 8 maanden lang, kunnen vliegen. Dit kan zorgen voor inbreuk op privacy en irritatie. De vlieghoogtes boven bebouwde kom en buitengebied/bewoning moeten expliciet worden aangegeven in de regeling. Bovendien zijn zij van mening dat de wetgeving moeilijk gevonden kan worden en dat ook deze beschikking op de website van de provincie te vinden moet zijn ...


2010-08-:

-locatie: Oostkanaaldijk 6 te Loenen - J.S. de Waard

-vergunning: betreft de omzetting van een lopende tijdelijke vergunning naar een permanente om met 2 micro light airplanes (= schermvliegtuig met hulpmotor) te mogen opstijgen en landen met een maximum van 100 vliegbewegingen per jaar (op ten hoogste 25, niet aaneengesloten dagen, met een maximum van 3 dagen per maand); dit aantal is niet meer dan in de afgelopen periode feitelijk mocht worden geconsumeerd (komen deze aantallen ook in de tijdelijke vergunning voor, of zijn die conform het feitelijke gebruik?).

-handhaving: geschiedt op basis van de logboeken die verplicht moeten worden bijgehouden (bestaan er oudere logboeken?)

-de aanvrager is verplicht zelf te onderzoeken of er mogelijk andere wet- en regelgeving van toepassing is op het betreffende gebied (bv toestemming op grond van de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet, etc.). Is dit gedaan en met welk resultaat? NB: volgens de Natuurkaart behorende bij de Luchtvaartnota van de provincie Utrecht is het betreffende weiland gelegen in botanisch of faunistisch waardevol gebied. Is er rekening gehouden met het broedseizoen?

-voorwaarde Artikel 3.2.1.2.2: prive of hobby-gebruik? Sluit dit bedrijfsmatig hobby-gebruik uit?

-contact zoeken met aanvrager? / zijn er ooit eerder klachten geweest? / is er gevaar van 'opwaarderen' in de toekomst?


2010-07-:

Ontwerp-Luchthavenregeling luchthaven MLA Loenen, gemeente Loenen aan de Vecht

Besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 13 juli 2010 (nr. 80852511 houdende vaststelling van de luchthavenregeling MLA Loenen.

Provinciale Staten van Utrecht;

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 6 juli 2010, nr. 80850545, inzake de luchthavenregeling MLA Loenen;

Gelet op artikel 8.64 van de Wet luchtvaart, artikel 145 en 152 van de Provinciewet;

Overwegende dat wordt voldaan aan de Luchtvaartnota provincie Utrecht (zie Bijlage 1), het Besluit Burgerluchthavens en de Regeling Burgerluchthavens;

Overwegende dat deze luchthavenregeling als paragraaf 3.2.1 onderdeel uitmaakt van hoofdstuk 3 van de Luchtvaartverordening provincie Utrecht;

Besluiten vast te stellen de volgende luchthavenregeling:

Paragraaf 3.2.1.1 - algemeen

Artikel 3.2.1.1.1 Deze regeling is van toepassing op de luchthaven aan de Oostkanaaldijk 6, te Loenen, kadastraal bekend gemeente Loenen, sectie F, nummer 684, zoals aangegeven op de bij deze regeling behorende tekening.

Artikel 3.2.1.1.2 De exploitant van de luchthaven zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1 is de heer J.S. de Waard of diens rechtsopvolger(s).

Artikel 3.2.1.1.3 Van de luchthaven zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1 mag uitsluitend gebruik worden gemaakt door de exploitant als benoemd in artikel 3.2.1.1.2, en door hem aangewezen gastvlieger(s).

Artikel 3.2.1.1.4 De kaart met inbegrip van eventueel de daarin aangegeven aan- en uitvliegroutes maakt deel uit van deze regeling (zie Bijlage 2).

Artikel 3.2.1.1.5 Naast deze regeling zijn de regels en voorschriften uit de Wet luchtvaart en Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen van toepassing en moet er zorg voor worden gedragen dat de luchthaven zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1 overeenkomstig deze regels en voorschriften ingericht en gebruikt wordt.


Paragraaf 3.2.1.2 - regels voor het luchthavenluchtverkeer

Artikel 3.2.1.2.1 Op de luchthaven zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1 mogen twee micro light airplanes, zijnde schermvliegtuigen met hulpmotor, opstijgen en landen, tot een maximum van 100 vliegbewegingen per gebruiksjaar, op ten hoogste 25, niet aaneengesloten dagen, met een maximum van drie dagen per maand.

Artikel 3.2.1.2.2 De luchthaven zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1 mag uitsluitend voor privé- of hobbydoeleinden worden gebruikt.

Artikel 3.2.1.2.3 Van de luchthaven zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1 mag uitsluitend tijdens de uniforme daglichtperiode, zoals beschreven in het besluit van 18 december 1992, houdende regelen ter bevordering van de veiligheid en de regelmaat van het luchtverkeer (Luchtverkeersreglement), gebruik worden gemaakt.

Artikel 3.2.1.2.4 De in voorgaande artikelen genoemde vliegbewegingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd met Micro Light Aeroplanes (MLA's) in de zin van het Besluit luchtvaartuigen 2008, zijnde een schermvliegtuig met hulpmotor.

Artikel 3.2.1.2.5 Er wordt niet opgestegen of geland binnen een afstand van 50 meter in de dagperiode (07.00 tot 19.00 uur) of 75 meter (19.00- 23.00 uur) in de avondperiode van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen.


Paragraaf 3.2.1.3 - Rapportageverplichtingen

Artikel 3.2.1.3.1 Het gebruiksjaar betreft de periode van 1 november tot en met 31 oktober.

Artikel 3.2.1.3.2 Binnen één maand na het einde van een gebruiksperiode van drie maanden dient de in artikel 3.2.1.1.2 genoemde exploitant een rapportage te overleggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht over het gebruik van de luchthaven gedurende het betreffende kwartaal.

Artikel 3.2.1.3.3 Tevens dient binnen één maand na het einde van een gebruiksjaar de in artikel 3.2.1.1.2 genoemde exploitant of diens rechtsopvolger(s) een rapportage op te stellen over het gebruik van de luchthaven, zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1, gedurende het gebruiksjaar.


Artikel 3.2.1.3.4 De in artikel 3.2.1.3.2 genoemde rapportage moet worden goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. Doel van deze rapportage is inzicht te verschaffen in het gebruik van de luchthaven zoals genoemd in artikel 3.2.1.1.1.

Paragraaf 3.2.1.4 – Inwerkingtreding

Artikel 3.2.1.4.1 Deze luchthavenregeling treedt in werking de dag na de dag van publicatie in het Provinciaal Blad.


Bijlage 1 Overwegingen

Algemeen:

Onderwerp luchthavenregeling Op 1 november 2009 is de wet ‘Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens’ (hierna: RBML) in werking getreden, waardoor de Wet luchtvaart ingrijpend is gewijzigd. Door deze wijzigingen zijn de provincies bevoegd om beslissingen te nemen over het zogenaamde ‘landzijdige’ gebruik van het luchthaventerrein. Hieronder vallen de milieugebruiksruimte (geluid, externe veiligheid, aantal vliegbewegingen) en de ruimtelijke inpassing. Ook de handhaving van de besluiten met betrekking tot ‘landzijdige’ aspecten is een provinciale verantwoordelijkheid. De invulling van deze nieuwe bevoegdheid door de provincie omvat het opstellen en handhaven van luchthavenbesluiten, luchthavenregelingen en ontheffingen voor luchtvaartactiviteiten van tijdelijke en uitzonderlijke aard. De ‘luchtzijdige’ aspecten, oftewel het luchtruimgebruik en alle veiligheidsaspecten anders dan externe veiligheid, blijven de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid (Ministerie van Verkeer en Waterstaat en Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW). De Tweede Kamer heeft zich overigens tijdens het Algemeen overleg op 18 februari 2010 tevens uitgesproken voor een algehele vrijstelling in het kader van de RBML voor zweeftoestellen (scherm-, zeil- en snorvliegen) en ballonvaren. De uitwerking hiervan is thans niet gereed, waardoor de procedure met betrekking tot de totstandkoming van een luchthavenregeling wordt gevolgd.

Onderhavige luchthavenregeling betreft de bestaande luchthaven (grasbaan) voor micro light aeroplanes, zijnde schermvliegtuigen met een hulpmotor, gelegen aan de Oostkanaaldijk 6 te Loenen, gemeente Loenen aan de Vecht, bestaande uit een gedeelte van een perceel dat kadastraal bekend is onder: gemeente Loenen, sectie F, nummer 684.

Ontheffingsituatie en overgang naar Wet luchtvaart De exploitant is op dit moment in het bezit van een ontheffing op grond van artikel 14 van de (oude) Luchtvaartwet ten behoeve van het vliegen met een micro light aeroplanes, afgegeven door IVW (Inspectie Verkeer en Waterstaat) met een geldigheidsduur tot 31 maart 2010. In het kader van de inwerkingtreding van de RBML zijn de ontheffingen door de Minister van Verkeer & Waterstaat ingevolge artikel 14 Luchtvaartwet tot 1 november 2010 verlengd. Ten opzichte van deze ontheffing vinden er geen wijzigingen of uitbreidingen plaats.

Op grond van artikel XV van de RBML moeten deze ontheffingen ingevolge artikel 14 Luchtvaartwet binnen een jaar na de inwerkingtreding van de RBML (1 november 2009) omgezet worden in een luchthavenregeling op grond van de Wet luchtvaart. De kaart waarop het luchthavengebied is aangegeven en welke verbonden is aan deze luchthavenregeling, is tevens afkomstig uit de bestaande ontheffing op grond van artikel 14 van de Luchtvaartwet. Hierbij is in de Memorie van Toelichting aangegeven dat indien het gaat om een rechtstreekse omzetting van de oude naar de nieuwe situatie, het niet noodzakelijk dat het Ministerie van Verkeer & Waterstaat een verklaring van veilig gebruik in de zin van artikel 8.49 van de Wet luchtvaart afgeven.



Overwegingen MLA Loenen

Luchthavenbesluit of luchthavenregeling De provincies dienen binnen de overgangsregeling voor de bestaande luchtvaarttereinen, door een besluit van de minister tot verlenging van de situatie van voor 1 november 2009, per 1 november van 2010 de ontheffingen om te zetten in een luchthavenregeling. Volgens hoofdstuk 2, artikel 5, tweede lid, onder c, van het Besluit Burgerluchthavens van 30 september 2009 , kan worden volstaan met een luchthavenregeling voor luchthavens die uitsluitend worden gebruikt door MLA's. Een luchthavenregeling is tevens aan de orde, indien de geluidcontour van 56 dB(A) LDEN zich niet buiten het luchthavengebied bevindt. Gebaseerd op het type luchtvaartuig (schermvliegtuig met hulpmotor) en het maximum aantal vliegbewegingen dat is vastgesteld voor deze luchthaven, is het niet aannemelijk dat de 56 dB(A) LDEN geluidscontour zich buiten het aangegeven luchthavengebied zal vormen. Daarnaast dient voor het vaststellen van een luchthavenregeling de 10-6 PR externe veiligheidscontour binnen het luchthavengebied te blijven. Het Plaatsgebonden Risico (PR) is de kans dat gedurende een periode van één jaar een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval, waarbij die persoon zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Het PR wordt grotendeels bepaald door: - Ongevalkans (kans per vliegtuigbeweging op een ongeval van een bepaald type luchtvaartuig). - Aantal vliegbewegingen; - Letaliteit (kans op overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval, voor iemand die zich in het ongevalgevolggebied bevindt, voor licht vliegverkeer is dit kleiner dan 13%); - Maximum Take-Off Weight (MTOW licht vliegverkeer < 5700 kg); Gebaseerd op het beperkte aantal vliegtuigbewegingen en de geringe ongevalkans in combinatie met de minimale impact (lage MTOW) en de lage letaliteit, zal de 10-6 PR externe veiligheidscontour naar verwachting verwaarloosbaar klein zijn en zich niet buiten het luchthavengebied uitstrekken.

Voor de luchthaven MLA Loenen moet derhalve een luchthavenregeling worden vastgesteld en geen luchthavenbesluit.

Toetsing aan het provinciale Luchtvaartnota De Provinciale Staten van Utrecht moet luchthavenregelingen bij verordening vaststellen voor de bestaande luchthavens voor de kleine en recreatieve luchtvaart. Aanvragen voor nieuwe luchthavens en het omzetten van bestaande ontheffingen op grond van artikel 14 van de Luchtvaartwet worden getoetst aan de Luchtvaartnota provincie Utrecht, welke op 26 oktober 2009 door Provinciale Staten is vastgesteld. Volgens hoofdstuk 6 van de Luchtvaartnota wordt er bij een omzetting, zoals onderhavige luchthavenregeling, het bestaande gebruik van de luchthaven als uitgangspunt genomen. De ontheffing ingevolge artikel 14 van de Luchtvaartwet, welke is afgegeven aan de heer De Waard, heeft derhalve als basis voor onderhavige luchthavenregeling gediend.

Lokale omstandigheden De luchthaven betreft een weiland met gras, waarvan wordt opgestegen met schermvliegtuigen met een hulpmotor. Ons zijn geen klachten bekend over deze activiteiten op het betreffende terrein. Volgens de Natuurkaart, behorende bij de Luchtvaartnota provincie Utrecht, is het betreffende weiland gelegen in botanisch of faunistisch waardevol gebied. Er is echter sprake van de omzetting van een reeds bestaande situatie en deze situatie betreft een beperkt aantal vliegbewegingen op een beperkt aantal dagen per jaar. Daarnaast geldt er binnen de luchtvaartsector en de “general aviation” een overigens vrijwillige gedragscode waarin is opgenomen dat in ieder geval niet over natuurgebieden wordt gevlogen. Wij gaan er dan ook van uit dat de lokale omstandigheden het vaststellen van een luchthavenregeling niet in de weg staan.

Gevolgen voor milieu (geluid, externe veiligheid) De geluidsproductie van de betrokken luchtvaartuigen, mogen volgens de Ministeriële Regeling MLA’s niet meer bedragen dan 60 dB(A). Op grond van de Luchtvaartnota mogen in beginsel binnen 500 meter van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen geen gemotoriseerd landen of starten van luchtvaartuigen plaatsvinden. Binnen 500 meter van het luchthavengebied in Loenen zijn woningen aanwezig. Volgens berekeningen met een soortgelijk luchtvaartuig is bepaald dat bij een start- of landingslocatie binnen circa 50 meter van een woning het toegestane piekniveau tijdens de akoestische dagperiode (07.00 tot 19.00 uur) van 70 dB(A) wordt overschreden. Voor de akoestische avondperiode (19.00 tot 23.00 uur) geldt een toegestane piekbelasting van 65 dB(A), waardoor een afstand van circa 75 meter moet worden aangehouden. Deze afstanden hebben wij in aan artikel opgenomen. Hierdoor kan voldaan worden aan de regels voor wat betreft geluid, zoals deze in de Luchtvaartnota zijn vastgelegd. Daarnaast mag er op grond van onderhavige luchthavenregeling slechts een beperkte hoeveelheid vliegbewegingen op een beperkt aantal dagen per jaar plaatsvinden. Wij achten het dan ook niet noodzakelijk een grenswaarde voor wat betreft geluid op te nemen in de luchthavenregeling.

Gelet op het beperkte aantal vliegtuigbewegingen en de geringe ongevalkans in combinatie met de minimale impact (lage MTOW) en de lage letaliteit, is de 10-6 PR externe veiligheidscontour verwaarloosbaar klein. Daarnaast mag er op grond van onderhavige luchthavenregeling slechts een beperkte hoeveelheid vliegbewegingen per jaar plaatsvinden. Wij achten het dan ook niet noodzakelijk een grenswaarde voor wat betreft externe veiligheid op te nemen in de luchthavenregeling.

Ruimtelijke impact Het vaststellen van een luchthavenregeling heeft vanwege haar aard geen directe doorwerking in een bestemmingsplan. Er is tevens sprake van een bestaand gebruik van het weiland voor het beoefenen van deze vorm van recreatieve luchtvaart. Wij gaan ervan uit dat het medegebruik van agrarische grond als terrein waarvan met een schermvliegtuig met hulpmotor wordt opgestegen en geland op gemeentelijk niveau ruimtelijk wordt ingepast Wij zien dan ook geen reden om vanwege de ruimtelijke impact de luchthavenregeling niet vast te stellen.

Overige geldende wet- en regelgeving Degene die de activiteiten uitvoert, dient zich ervan te vergewissen dat ook andere wet-en regelgeving van toepassing kan zijn op deze activiteiten. Gedacht dient te worden aan onder meer toestemmingen op grond van de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet. Degene die de activiteiten uitvoert zal hiertoe zelf onderzoek moeten uitvoeren.


BIJLAGE 2: Kaart met luchthavengebied (gearceerd)

Persoonlijke instellingen