Bagger-kantoren

Uit Vecht

Ga naar: navigatie, zoeken

Zie voor de locatie ook: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=NL.IMRO.0457.BP09TO01LGOV-on01

Zie Locatie-wensen van Waternet

Zie de voorlichtingspagina's van Waternet over het bagger-project: http://www.waternet.nl/projecten/schoonmaken-van-de-vecht/tab1


2011-02-01: overleg bezwaarmakers met Waternet over locatie bagger-kantoren. De heer Berend Spoelstra, projectleider van het Bagger-Project (BP), en de heer Fred de Haan, hechten aan goede verhoudingen met 'de buren' van de door Waternet voorgestelde locatie tegenover het steunpunt. De anderen (VPC, buren) pleiten allen voor een combinatie van het bestaande steunpunt met een aanvullende locatie op Uitermeer. Er ontbreekt concrete informatie over het budget voor de kantoren-locatie en over aanvullende wensen van het BP inzake loopafstanden van kantoren naar steiger, afsluitbaarheid van het terrein, communicatie met de andere locatie e.d. om de belangen goed te kunnen afwegen. Afgesproken wordt dat deze informatie alsnog per email wordt toegezonden en met de betrokkenen gedeeld. Het BP zal proberen met behulp van deze informatie - ook die m.b.t. concessies op het gebied een verminderde zichtbaarheid van de BP-locatie - de bezwaarmakers te overtuigen. En de laatsten zullen zeker trachten het BP te verleiden te kiezen voor Uitermeer als 'beste buurman' voor het mooie bagger-project.


2011-01-05: Aan: B&W van Weesp - p/a de heer Jacob Boonen - jboonen@weesp.nl - Van: Vechtplassencommissie - Onderwerp: aanvulling zienswijze VPC inzake Bouwvergunning & Ontheffingsbesluit Baggerkantoren Weesp - dossiernr W-RB-2010-2027

Weesp, 5-01-2011 - Geacht college,

Bij deze zenden wij u nog enige aanvullende – deels overlappende - overwegingen inzake onze zienswijze zoals eerder aan u toegezonden op 16-08-2010 en op 22-11-2010.

Motivering zienswijze: In de publicatie worden enkele argumenten genoemd, die ten grondslag liggen aan de ontheffing. Een goede onderbouwing van de argumenten ontbreekt echter. Bovendien worden enkele belangrijke aspecten in het ontwerp-ontheffingsbesluit in het geheel niet genoemd.

Stedenbouw en landschappelijke openheid: De enige twee ruimtelijke aspecten die wel worden benoemd betreffen het ontbreken van stedenbouwkundige bezwaren en de verkeersveiligheid. Met name het stedenbouwkundig argument is onvoldoende onderbouwd. De enige motivering is het gegeven dat een woonhuis op meer dan 100 meter is verwijderd van de locatie (waarbij het overigens de vraag is of dit wel klopt voor alle 3 de nabijgelegen huizen).

Een stedenbouwkundige afweging behelst meer dan een constatering van een aanwezig huis op 100 meter afstand. De stedenbouwkundige kwaliteit van het tijdelijk op te hogen en te bebouwen gebied wordt hier bepaald door de openheid van het landschap. Een landschappelijke analyse ontbreekt echter in het geheel aan het ontwerp besluit. Het gebied is gesitueerd in een Nationaal landschap. In bijgaande figuur is dit gevisualiseerd.

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van de Nota Ruimte (voorjaar 2006) aangegeven het landschap te willen behouden en ‘ontwikkelen met kwaliteit'. Het gebied waar de tijdelijke voorziening is gepland ligt in het Nationaal landschap Hollandse Waterlinie, Stelling van Amsterdam en Groene hart. Kernkwaliteiten zijn onder meer:

- Samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen

- Groen en overwegend rustig karakter

- Openheid

Met name de openheid zal juist op deze locatie geweld worden aangedaan. Weliswaar is sprake van een klein gebied, maar de belevingswaarde zal drastisch wijzigen. De argumentatie dat het hier om slechts 5 jaar zal gaan doet daar niets aan af. Juist op deze locatie, waar de automobilist zicht heeft op de open polder, zal sprake zijn van een ernstige verstoring van deze kernkwaliteit. De geplande bebouwing in de oksel van de Gooilandseweg en de Dammerweg zal het zicht belemmeren en een heel ander landschapbeeld opleveren. De situering van de bouwketen is evenmin afgestemd op deze kwaliteit van het gebied. Op geen enkele wijze wordt zorg gedragen voor doorzichten vanaf beide voornoemde wegen. Zowel de automobilist als de fietsers en wandelaars hebben juist van dit punt het zicht op de open polder.

Ecologie: Een onderdeel dat in het geheel niet wordt benoemd betreft de ecologie. Het plangebied is gesitueerd nabij de ecologische hoofdstructuur (noordelijk ter plaatse van Fort Uitermeer) en de twee Natura 2000 gebieden Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen. Op geen enkele wijze wordt in de ontwerp-ontheffing ingegaan op de mogelijke effecten van de voorgenomen activiteit op deze gebieden.

Daarbij komt dat evenmin aandacht is besteed aan de zorgplicht, die ook in dit kader voortvloeit uit de Flora- en fauna-wet. Onduidelijk is of de beoogde tijdelijke inrichting strijdig (kan) zijn met de verbodsbepalingen van de Flora- en fauna-wet. Aan de ontwerp-ontheffing ligt géén ecologisch onderzoek ten grondslag, waaruit kan worden herleid in hoeverre de ecologie in het geding is. Temeer daar het gebied is gesitueerd in een kwetsbare polder, nabij voornoemde ecologisch waardevolle gebieden dient hiernaar onderzoek worden gedaan. Met name ook omdat de werkzaamheden gepaard gaan met het ophogen van het plangebied en demping van open water.

Alternatieven: Tot slot de afweging van de alternatieven. Ook op dit onderdeel schiet de onderbouwing van de concept-ontheffing tekort. In de onderbouwing meldt het college van B&W: Waternet heeft meerdere locaties in de omgeving onderzocht en de voorliggende locatie is beschikbaar en voor Waternet het meest praktisch. Daar komt bij dat andere locaties niet voldeden aan de minimale gebruikseisen die door Waternet gewenst zijn.

Tegen dit onderdeel maken wij bezwaar. Ten eerste omdat onduidelijk is welke alternatieven zijn onderzocht en op welke onderdelen deze minder geschikt zouden zijn ten opzichte van de gekozen locatie. Ten tweede omdat, zelfs in de directe omgeving, wel degelijk betere alternatieven mogelijk zijn.

In de directe omgeving is op Fort Uitermeer, in combinatie met het wegensteunpunt, sprake van een uitstekende locatie voor de tijdelijke werkzaamheden.

Ter plaatse geldt de bestemming “nutsvoorzieningen” en kunnen de bestaande plofhuisjes worden opgeknapt en geschikt worden gemaakt voor het tijdelijk onderkomen. Het terrein is uitstekend bereikbaar voor alle soorten verkeer. De aanwezigheid van het wegensteunpunt staat garant voor een optimale ontsluiting van het gebied. Hiervoor hoeven geen extra verkeersmaatregelen te worden getroffen, niet te worden gedempt etc. De vigerende bestemming nutsbedrijf maakt deze tijdelijke voorziening mogelijk. Bovendien zal fort Uitermeer in de komende jaren worden ontwikkeld tot een toeristisch- recreatieve pleisterplaats.

De initiatiefgroep Uiteraard Uitermeer heeft in samenwerking met de provincie Noord-Holland en de gemeente Weesp een inrichtingsplan voor het fort gemaakt, waarin wordt voorzien in een sterke opwaardering van het gebied. Op korte termijn (2011) zal de eerste fase worden gerealiseerd, bestaande uit parkeerplaatsen, een aanlegsteiger, een horeca-uitspanning en de ontsluitingsweg. Allemaal zaken waarvan ook de tijdelijke voorzieningen ten behoeve van de baggerwerkzaamheden gebruik kunnen maken. De baggerwerkzaamheden worden aangemerkt als een werkzaamheid ten dienste van het algemeen belang. Het getuigt ook van algemeen maatschappelijk belang indien de tijdelijke voorzieningen op Uitermeer vorm krijgen. Immers in dat geval kan gebruik worden gemaakt van gezamenlijke voorzieningen. Diverse voorzieningen kunnen zelfs na 5 jaar overeind blijven en worden ingepast in het dan geldende nieuwe bestemmingsplan “Fort Uitermeer’. Dit in tegenstelling tot de locatie Dammerweg, waar de voorzieningen weer in het geheel moeten worden verwijderd. Gebruikmaken van deze bestaande locatie betekent dat een ontheffing niet nodig is en kan derhalve planologisch eenvoudiger worden gerealiseerd. De verkeersveiligheid is in het geheel niet in het geding, aangezien zelfs geen nieuwe in- of uitritten nodig zijn. Ook hier kan naadloos worden aangesloten op de aanwezige voorzieningen en de geplande ontwikkeling op Uitermeer.

Wij hebben hiervoor ook contact gezocht met de initiatiefgroep Uiteraard Uitermeer. Ook zij zien grote voordelen in voornoemd synergetisch effect. De initiatiefgroep pleit dan ook voor samenwerken met Waternet bij de inrichting van de plofhuisjes en de aanleg van de nodige voorzieningen zoals de steiger.

Afsluitend: Mede om voorgaande redenen maken wij bezwaar tegen de voorgenomen ontheffing voor de plaatsing van de barakken op de locatie Dammerweg. Inhoudelijk omdat er geen goede afweging en onderbouwing voor deze locatie aanwezig is.

Van wellicht nog groter belang is echter dat een goed alternatief voorhanden is ter plaatse van Fort Uitermeer. De maatschappelijke haalbaarheid daarvan is groot en de ontwikkeling van die locatie dient wel degelijk een algemeen maatschappelijk belang.

Om voorgaande redenen verzoeken wij u negatief te beslissen op de concept-ontheffing, deze niet te verlenen en in overleg te treden met de initiatiefnemer voor de ontwikkeling van deze tijdelijke voorziening op Uitermeer.


2010-12-16: Betreft: ontwerpbesluit bouwvergunning inzake de (tijdelijke) Waternet-bagger-kantoren nr Z.8439/D.16345 dd 16-11-2010 - Geachte heren Boonen en Schutte, Voor de goede orde bevestig ik hierbij ons telefoongesprek van vanmiddag over het hierboven genoemde ontwerpbesluit bouwvergunning. De zienswijze van de Vechtplassencommissie (VPC) zal in het verdere traject worden meegenomen.

Onze veronderstelling dat er wellicht nu al beroep zou moeten worden aangetekend bij de rechtbank te Amsterdam, zoals vermeld in de bijlage op blz. 5, blijkt op een misverstand te berusten. De datum van de Concept beschikking nr W-RB-2010-2027 dd 16-11-2010 inzake de 'voorgenomen verlening van de bouwvergunning' blijkt hiervoor niet bepalend; dat zal de datum zijn die volgt op de behandeling van de zienswijzen, vermoedelijk in het nieuwe jaar. Wij wachten dus verder rustig af en wensen u een goede wisseling van het jaar. Een vriendelijke groet, FC - VPC, secretaris

2010-11-23: Hiermee bevestig ik u dat uw eerdere reactie, inzake de Dammerweg t.o. 1c, zal worden meegenomen als zienswijze tegen het ontwerpbesluit tijdelijke ontheffing, inzake de Dammerweg t.o. 1c (ter inzage t/m 5 januari 2011). Tevens bevestig ik u de ontvangst van uw e-mail van 22 november 2010, waarin u enkele aanvullende zienswijzen naar voren brengt. Als u nog vragen hebt, dan verneem ik deze graag van u. Met vriendelijke groet, Rik Schutte - interim beleidsmedewerker bestemmingsplannen

2010-11-22: Zienswijze Bouwvergunning & Ontheffingsbesluit Baggerkantoren Weesp - dossiernr W-RB-2010-2027

Geachte heer Schutte, Het Ontwerp-ontheffingsbesluit op grond van artikel 3.22 Wet ruimtelijke ordening ter zake van Dammerweg t.o. 1c, zoals gepubliceerd op http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=NL.IMRO.0457.BP09TO01LGOV-on01 gelezen hebbend, kan ik nog de volgende vragen/opmerkingen aan onze eerdere Zienswijze toevoegen:

-In de projectomschrijving wordt gesproken over een 'braakliggend stuk weiland' maar het betreffende perceel is in agrarisch gebruik en niet 'braakliggend'. Is dit per ongeluk zo geformuleerd?

-Het hoogheemraadschap heeft - vooruitlopende op de ontheffing - een huurovereenkomst met de eigenaar van de grond gesloten (de provincie NH). Dit samen met de tijdelijkheid van de ontheffing is voor B&W voldoende waarborg om mee te kunnen werken aan de ontheffingsprocedure. Wordt hier niet bedoeld 'noodzakelijke voorwaarde'? Om van voldoende te kunnen spreken zijn nog een aantal andere elementen van belang, zoals die in de volgende punten ter sprake komen.

-Aangezien het om een tijdelijk bouwwerk gaat is het bouwwerk niet aan de welstandcommissie Weesp voorgelegd. Is dit in overeenstemming met de wensen van en afspraken met de welstandscommissie? En zou het vanwege de ligging in het open Vechtlandschap niet voor de hand hebben gelegen om advies te vragen aan bij voorbeeld de Vechtplassencommissie?

-Waternet heeft meerdere locaties in de omgeving onderzocht waarbij die locaties niet bleken te voldoen aan de minimale gebruikseisen die door Waternet zijn gewenst. Welke locaties waren dat en vooral: wat zijn die minimale gebruikseisen?

-Er wordt door B&W gesteld dat er 'geen stedenbouwkundige of andere belangen zijn die zich op voorhand tegen het verlenen van de ontheffing verzetten', maar de vroegtijdige zienswijze van de Vechtplassencommissie die van zulke belangen spreken was u bekend. Hadden die hier niet genoemd moeten worden?

-Tenslotte overweegt u dat er 'wel/geen zienswijzen zijn ingediend tegen het bouwplan'. Had hier niet een keuze gemaakt moeten worden tussen wel of geen?

-U vermeldt dat er Zienswijzen omtrent het ontheffingsbesluit kenbaar gemaakt kunnen worden gedurende 6 weken vanaf 25 november 2010 - i.c. voor 6 januari 2011. Tegelijkertijd vermeldt u in de Voorwaarden behorende bij de hierbij verleende bouwvergunning dat hiertegen bezwaar kan worden gemaakt bij de rechtbank te Amsterdam, sector Bestuursrecht, Pb 75850, 1070 AW Amsterdam, binnen 6 weken na de publicatie van deze bouwvergunning, gedateerd 16 november 2010, dat willen zeggen voor 28 december 2010. Betekent dit dat wij hiermee gedwongen worden om ook bezwaar bij de rechtbank te maken tegen de verleende bouwvergunning, in afwachting van uw besluitvorming over onze Zienswijze ten aanzien van de ontheffing?

Tot slot: het komt ons onbegrijpelijk voor dat het baggeren van de Vecht gepaard moet gaan met volstrekt onnodige landschapsvervuiling van afrastering, vlaggenmasten, lichtmasten, bouwketen in dit tot dusver ongeschonden open landschap - terwijl er zulke goede alternatieven zijn. Wij begrijpen dat Waternet graag 'reclame' wil maken voor haar zegenrijke werk, maar zijn van mening dat al te opzichtige en opdringerige reclame in het open landschap omslaat in zijn tegendeel: antireclame.

In afwachting van uw berichten ter zake, groet ik u vriendelijk - Frans Cladder - Vechtplassencommissie, secretaris


2010-11-20: Geachte heer Schutte, In antwoord op het bijgaande bericht verzoek ik u vriendelijk om onze eerdere reactie inzake het ontwerpbesluit Dammerweg t.o. 1c te willen beschouwen als Zienswijze per 25 november aanstaande. In de verwachting dat u mij dit zult willen bevestigen, groet ik u vriendelijk - Frans Cladder - Vechtplassencommissie, secretaris


2010-08-16: Bevestiging ontvangen onder ref. Vergunningen PZ05 - registratienummer Z.10-8439


Aan: B&W van Weesp - p/a de heer Jacob Boonen - jboonen@weesp.nl

Van: Vechtplassencommissie

Onderwerp: Vergunning Waternet Dammerweg 1 te Weesp

Weesp, 16 augustus 20110 - Geachte heer Boonen,

Namens de Vechtplassencommissie wil ik hierbij graag een korte zienswijze indienen aangaande de door Waternet aangevraagde ontheffing voor een tijdelijke kantoorinrichting op het agrarische perceel Dammerweg 1 te Weesp.

Wij achten de gekozen locatie – een prachtig uitzichtspunt naar het open land van de Heintjesrak en Broekerpolder – bij uitstek ongeschikt voor zo’n tijdelijke kantoorlocatie. Er moeten betere locaties te vinden zijn voor een tijdelijk bagger-kantoor, bij voorkeur op het eigen terrein van Waternet aan de overzijde van de Dammerweg aan de Vecht of in een van de vele leegstaande kantoren in de regio.

In de hoop dat er een goed alternatief kan worden gevonden en ik een bevestiging van de ontvangst van deze zienswijze van u mag verwachten, Groet ik u vriendelijk - Frans Cladder – Vechtplassencommissie

Zie: http://maps.google.com/maps?f=q&hl=en&q=netherlands&ie=UTF8&z=13&ll=52.278031,5.09388&spn=0.049783,0.173035&t=h&om=1

of beter: Bestand:Baggerkantoren-Waternet-2010-08-16.jpg

Persoonlijke instellingen